Dodenherdenking
Op maandag 4 mei was de dodenherdenking. Bij het herdenkingsmonument op het Prins Bernhardplein werd stilgestaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Het programma was samengesteld door het 4 mei-comité Huizen.
Onderdeel van het programma was de toespraak van burgemeester Serge Ferraro. Hij riep op om als samenleving trouw te blijven aan onze normen en waarden en ons niet uit elkaar te laten drijven. “Alleen dan bewegen we de goede kant op.”
Lees hierna de volledige toespraak.

Volledige toespraak van de burgemeester
"Dames en heren, jongens en meisjes, inwoners van Huizen en anderen die de moeite hebben genomen om hier aanwezig te zijn,
Dank voor jullie komst. Het doet mij goed om te zien dat 81 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland er nog zoveel belangstelling is voor deze herdenking.
Vandaag herdenken we de mensen die om het leven zijn gekomen in de Tweede Wereldoorlog, in latere oorlogssituaties en tijdens vredesmissies. Hun namen zijn gegraveerd in de stenen bij dit herdenkingsmonument. We staan vandaag stil bij de littekens die hun dood hebben achtergelaten en de pijn die dit heeft veroorzaakt. Het versterkt het besef dat we als samenleving nooit meer in een oorlogssituatie terecht willen komen. De verhalen uit het verleden kunnen ons behoeden voor fouten in het heden. Het zijn harde lessen.
Deze verhalen laten zien hoe gemakkelijk situaties kunnen ontstaan waarin bevolkingsgroepen de schuld krijgen van alles wat misgaat. Ze tonen hoe onvrede kan omslaan in afgunst en zelfs haat. Onze groot- en overgrootouders weten daar veel van. Tegelijkertijd wordt de groep mensen die de Tweede Wereldoorlog in Nederland zelf heeft meegemaakt steeds kleiner. Er zijn nog slechts enkele ooggetuigen die uit eerste hand kunnen vertellen over de jaren 1940-1945.
Mijn opa was 18 jaar toen hij tewerk werd gesteld in Duitsland. Hij was een ambachtsman en werd uit zijn omgeving gerukt. Hij kwam terecht bij een vreemd gezin en werd gedwongen om werk voor de vijand te verrichten. Het duurde lang voordat hij daarover na de oorlog ging vertellen. Ik vond dat als kind heel spannend, maar realiseerde pas later de enorme impact die dit op hem heeft gehad. Mijn opa haalde kracht uit het geloof en vertrouwde zijn gedachten toe aan het papier. Heel lang lagen zijn brieven veilig opgeborgen. Te lang eigenlijk, want in de aanloop naar deze herdenking realiseerde ik mij steeds meer hoe waardevol die herinneringen zijn. Binnenkort is er niemand meer die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt en hierover kan vertellen. Toch moeten hun verhalen verteld blijven worden. Laten we deze herinneringen en verhalen doorvertellen en vastleggen. Zodat deze persoonlijke ervaringen onderdeel worden van ons collectieve geheugen en toekomstige generaties lering trekken uit het verleden.
Dit moment hier op het Prins Bernhardplein is waardevol. We herdenken. Het woord zegt het al, we denken opnieuw. We denken aan de slachtoffers die zijn gevallen. Maar we denken ook na over hoe het zo mis kon gaan. Oorlog begint niet met wapens, maar met woorden. Deze filosofische stelling slaat de spijker op zijn kop. Het zijn vaak de woorden waarmee de geesten rijp gemaakt worden voor onverdraagzaamheid, onbegrip en uiteindelijk zelfs haat en uitsluiting. Woorden worden gebruikt om onzekerheid te kweken, angst te zaaien en massa te creëren voor een beweging. Om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Bedenk daarbij: Leiders veranderen de samenleving niet, dat doen hun volgers. Zij stellen leiders in staat om hun agenda uit te voeren. Daarom moeten we als maatschappij trouw blijven aan onze normen en waarden. Alleen dan bewegen we de goede kant op.
Oorlog en geweld wortelen in gevoelens die wij allemaal kennen: angst, onzekerheid en het verlangen naar houvast in onzekere tijden.
Juist dan loert het gevaar dat we niet langer luisteren, maar oordelen. Dat we niet langer samen zoeken naar veiligheid, maar die zoeken ten koste van een ander.
Ook in onze eigen gemeenschap hebben wij ervaren hoe broos vertrouwen kan zijn. Hoe gemakkelijk het kan beschadigen wanneer angst de boventoon voert. We gaan dan voorbij aan de kracht en het goede dat in een gemeenschap aanwezig is. Herdenken vraagt daarom meer dan terugkijken. Het vraagt dat wij waken voor het moment waarop wij groepen mensen gaan vereenzelvigen met de daden van enkelen. Dan zaai je verdeeldheid waar juist verbondenheid nodig is.
Herdenken vraagt ook respect. En collectieve afkeuring van gebrek aan respect. Ik doel op het bekladden van het nationaal monument op de Dam. Een monument dat notabene staat voor vrijheid en verbondenheid. Wie dát niet respecteert en een dergelijk monument vernielt, drijft bewust een wig tussen groepen in onze samenleving.
Alleen samen kunnen wij weerstand bieden aan dat wat ons uit elkaar drijft. Alleen samen kunnen wij voorkomen dat angst en onbegrip ons verdeelt.
Dat is de opdracht die besloten ligt in het herdenken. En dat is de verantwoordelijkheid die wij vandaag, hier, met elkaar dragen."