Taalmaatje en leerling blikken terug op lessen op opvangschepen
Nu de opvang van vluchtelingen op de schepen in de Huizer haven bijna afloopt, kijken taalmaatje Magda en haar leerling Muhammad met een goed gevoel terug op de Nederlandse taallessen. Lees hierna het interview.

Hoe zijn jullie betrokken geraakt bij het leren van de Nederlandse taal?
Magda: “Ik ben al meer dan tien jaar gepensioneerd en heb eigenlijk geen onderwijsachtergrond. Toch ben ik al een paar jaar met veel plezier taalmaatje voor anderstaligen in Huizen. Toen er in de winter opvangschepen in de haven kwamen voor asielzoekers, heb ik me via de VrijwilligersCentrale aangemeld om iets voor hen te kunnen betekenen.”
Muhammad: “Ik kom uit Pakistan en ben erg gemotiveerd om Nederlands te leren. Als je hier goed wilt kunnen communiceren en een betere toekomst wilt opbouwen, is de taal heel belangrijk.”
Hoe gaan de lessen in hun werk?
Magda: “Op de boten werken we met samengestelde groepen van ongeveer vijftien mensen. Het lesmateriaal komt vaak van internet, soms van het COA, en soms neem ik zelf materiaal mee. Het belangrijkste is dat mensen in een gezellige sfeer leren luisteren en spreken. Grammatica staat niet op de eerste plaats. Het gaat er vooral om dat iedereen zich gezien en gehoord voelt.”
Muhammad: “De lessen zijn heel prettig. We praten veel met elkaar in de klas, met de lerares en met andere leerlingen. Daardoor leer je sneller hoe je woorden moet gebruiken.”
Wat maakt het leren van Nederlands soms moeilijk?
Magda: “Voor veel deelnemers is Nederlands een nieuwe en soms ingewikkelde taal. Daarom proberen we vooral veel te oefenen met luisteren en spreken. Door dat op een ontspannen manier te doen, durven mensen sneller mee te doen.”
Muhammad: “Nederlands is best moeilijk voor mij, vooral door de uitspraak van sommige woorden. Sommige klanken zijn heel anders dan in het Engels. De Nederlandse ‘g’ bijvoorbeeld wordt heel hard uitgesproken.”
Wat helpt bij het leren van het Nederlands?
Magda: “Naast de lessen op de boten kunnen de leerlingen ook elke week naar het taalcafé in de bibliotheek. Daar zijn de groepjes kleiner en door het café-idee is de sfeer heel gezellig. Veel vluchtelingen maken daar gebruik van.”
Muhammad: “Voor mij werkt het goed om veel te praten in de klas. Ook korte filmpjes op internet helpen om de taal beter te begrijpen. Door het leren van de taal leer je ook veel over de Nederlandse cultuur. Bijvoorbeeld dat Nederlanders vaak direct zijn in gesprekken, maar ook eerlijk en open.”
Welke momenten zijn jullie het meest bijgebleven?
Magda: “Het gebeurt soms dat een leerling die inmiddels werkt na zijn asielprocedure even langskomt met een doosje chocolade, gewoon om te bedanken. Dat is natuurlijk helemaal niet nodig, maar het is wel ontzettend leuk.”
Muhammad: “In de lessen hebben we ook veel plezier. Soms sprak iemand een Nederlands woord op een grappige manier uit, en dan moesten we allemaal lachen, ook om onszelf. Dat maakte de sfeer heel ontspannen.”
Wat nemen jullie mee uit deze periode?
Magda: “Deze mensen verdienen aandacht, zeker omdat velen veel moeilijke dingen hebben meegemaakt. Door taal te leren, leren ze ook meer over de Nederlandse cultuur. En voor mijzelf is het ook waardevol: je leert nieuwe mensen kennen en ook iets over jezelf.”
Muhammad: “Ik heb echt genoten van de lessen en ik waardeer de hulp van onze lerares Magda enorm. Als ik naar een andere plek verhuis, hoop ik dat we via WhatsApp contact kunnen houden.”